30-12-09

Het overbodige Vlaanderen

Het is niet de eerste keer dat ik een lans breek om een deel overbodige politieke instellingen en jobs in ons land af te schaffen. Senaat en provincieraden zijn er daar twee van. Dat geldt niet alleen voor België, maar ook voor ons eigen Vlaanderen. Als we willen dat wat we zelf doen, we beter doen, moet dat gewoon eens gebeuren. Het houdt met die twee voorbeelden trouwens niet op.
Dat laatste blijkt uit recent nieuws, dat Vlaanderen niet minder dan 15 arrondissementscommissarissen telt, die elk zo'n 100.000 euro per hoofd kosten. Wat doen die eigenlijk? Wel, niets, helemaal niets. Het gaat hier om een functie die in de verre negentiende eeuw in het leven was geroepen omdat de provinciegouverneurs toen in hun eigen provincie niet overal snel konden geraken. Die commissarissen waren dan ook zo'n soort vice-gouverneurs. Dat zijn ze nog, maar ze hoeven er niets anders meer voor te doen dan hun centen binnenrijven. Het is dan ook louter een job geworden voor politieke gebuisden. Bekendste recent voorbeeld is Anne Martens, dochter van haar vader, die benoemd werd in West-Vlaanderen. Als compensatie voor deze CD&V-benoeming, kreeg Open VLD er een in Oost-Vlaanderen en de SP.a een in Limburg. Hetzelfde ritueel dat ook wordt toegepast voor de benoeming van de gouverneurs. De N-VA heeft bij de laatste benoeming van de Limburgse gouverneur een schuchtere poging gedaan om er zich tussen te wringen, maar dat is niet gelukt. De klassieke partijen houden die luxe baantjes netjes voor zichzelf.
Die affaire met de arrondissementscommissarissen is niet de enige politieke uitwas in onze regio. Volgens een Leuvens onderzoek bestaan er in Vlaanderen 529 (!) intermediaire "structuren", waarvan gezegd wordt dat de ene helft dient om de andere te "coördineren". De meesten zijn zelfs door de Vlaamse overheid zelf opgericht en gaan van LOP's in het onderwijs, SERR's en RESOC's op sociaal economisch vlak tot SIT's, SELL's en LOGO's in de gezondheidssector. Er bestaat zelfs een "Raad van Adel", een "Vlaamse Heraldische Raad" en een "Commissie voor Onderzoek van Rijnschepen", om er maar enkele op te noemen.
Als dat gerommel in de marge mag dan niets op zich zelf betekenen, in zijn totaliteit kost dat ons, belastingbetalers, veel geld en dient het meestal om eenzelfde groep politieke zakkenvullers te onderhouden.
Er is nog veel werk aan de Vlaamse winkel!

De commentaren zijn gesloten.